Spreektekst Algemeen Overleg Maatschappelijke Opvang / Zwerfjongeren 9 maart 2016

Voorzitter,

 

Voor een stabiel en weerbaar bestaan is het in de eerste plaats van belang dat iemand een dak boven zijn hoofd heeft.

Daarnaast zullen de persoonlijke financiën op orde gebracht moeten worden en zorg op maat worden verleend, zodat iemand snel weer op eigen benen kan staan.

 

De rol van de rijksoverheid, zo geeft de staatssecretaris aan in zijn brief, is daar waar nodig en in samenspraak met gemeenten om vernieuwing aan te jagen en te stimuleren.

Daarom heeft de staatssecretaris acties in gang gezet zoals de omgekeerde uitvoeringstoets en de uitvoering van de motie van ondergetekende om de doorstroom en uitstroom uit de maatschappelijke opvang te verbeteren.

Goed om te zien dat praktijkervaring als leidraad dient om beleid te verbeteren.

Over de toegang tot de maatschappelijke opvang zijn duidelijke afspraken gemaakt die in de praktijk scherper in de gaten zullen worden gehouden, onder meer door het blijvend inzetten van mystery guests.

Gezien de recente ontwikkelingen aangaande de toegang tot de opvang vind ik dit verstandig.

 

Ik heb een tweetal punten voor dit voortgangsoverleg.

Als eerste zal ik het hebben over de uitstroom uit de maatschappelijke opvang.

En vervolgens over de gemeentelijke regie bij de ondersteuning van dak en thuislozen.

 

Voorzitter,

De opvang voor dak- en thuislozen zou moeten voorzien in de behoefte aan onderdak voor als het echt niet anders kan.

En dan zo kort mogelijk.

Het is belangrijk snel te handelen zodat iemand vanuit een eigen onderkomen zelf aan de slag kan en zijn financiën op orde kan brengen.

Daarom vond en vind ik dat de opvang van dak- en thuislozen zich veel meer moet richten op huisvesting.

Doordat de onderkant van de huurmarkt vast zit en er onvoldoende eenvoudige betaalbare woningen beschikbaar zijn,

 is en blijft de doorstroom en de uitstroom uit de maatschappelijke opvang probleem nummer één.

Woningcorporaties zullen een centrale rol moeten pakken in het beschikbaar maken van eenvoudige betaalbare woningen.

Een succesvolle coördinatie hierin zal onmiddellijk effect hebben. Lokale bestuurders, met name die uit de regiogemeenten waar de maatschappelijke opvang is gevestigd en de wethouders die belast zijn met het sociaal domein en huisvesting zijn degenen die de handschoen moeten oppakken wat de VVD betreft.

Veelal zijn er wel plannen per gemeente of regio maar blijven concrete acties achterwege.

Kan de staatssecretaris concreter dan nu in zijn brief gesteld aangeven wat hij voornemens is te doen om die lokále voornemens op het gebied van huisvesting aan te jagen?

Zodat ze ook daadwerkelijk worden uitgevoerd?

Welke prikkels heeft hij in gedachte?

En, zou de staatssecretaris daarbij expliciet kunnen ingaan op de voortgang van de uitvoering van de motie Berckmoes?

 

Voorzitter,

De staatssecretaris geeft aan in 2016 verder te verkennen hoe de integraliteit in samenspraak met en aansluitend bij behoeften van gemeenten en opvanginstellingen nog meer bevorderd kan worden. Daar zou ik aan willen toevoegen dat het aan gemeenten is om beleid te ontwikkelen en uit te voeren zonder angst en aarzeling maar met voortvarendheid.

Zo kan een gemeentelijke focus op efficiënte verwijzing naar instellingen voor GGZ, Jeugdhulp, gehandicaptenzorg en schuldhulpverlening ervoor zorgen dat dakloosheid wordt voorkomen.

Ik vind het logisch dat zodra iemand weer is gehuisvest,

zorg en ondersteuning vanuit het sociale wijkteam georganiseerd wordt

in plaats van vanuit de maatschappelijke opvang.

En dat tussen díe twee eenduidige uitwisseling van kennis en kunde plaatsvindt.

 

Voorzitter,

De VVD streeft ernaar dat de maatschappelijke opvang gaat fungeren als stootkussen en niet als vangnet waarin mensen jaren blijven hangen.

Ik ben dan ook verheugd te kunnen constateren dat de staatssecretaris op dat vlak vernieuwing gaat aanjagen en stimuleren. Ook zie ik daarbij een praktische benadering met de omgekeerde uitvoeringstoets als een positieve ontwikkeling.

Wat zijn de eerste resultaten hiervan?

En kan de staatsecretaris aangeven of hij het met mij eens is dat een vlotte overdracht van hulpverlening en ondersteuning vanuit de maatschappelijke opvang naar het sociale wijkteam de meest logische stap is?

 

Tot zover in eerste termijn.